PILOT HIV-AIDS 

                                                                       HIV-aids kinderdag november 2008

Pilot HIV-aids afgerond

In ons vorige jaarverslag vertelden we dat de vissersdorpen in zg. ‘high risk area’ liggen; een reeks van factoren maakt dat er mogelijk een hoog percentage HIV-aids is. Alvorens een beleid te ontwikkelen, wilden we weten wat de situatie is in het gebied. De pilot hield het volgende in:

 

Huis-aan-huis onderzoek

De staf van ARDAR bezocht 2800 hutten in de 15 dorpen en ging aan de hand van een vragenlijst na of er mensen met verdachte symptomen waren. Zo ja, dan werd er één persoon per gezin getest. Zou deze persoon positief zijn, dan volgt de rest van het gezin.

 

Awareness meetings

In alle dorpen werden awareness meetings gehouden. Aan de orde kwam: wat is HIV-aids, wat zijn de symptomen,  hoe wordt het overgebracht, hoe HIV-aids te voorkomen, acceptatie en discriminatie.

 

Testkampen

Aanvankelijk waren de dorpsbewoners aarzelend over testen. Maar toen de Youth groups de ernst van de situatie inzagen en begrepen dat er hulp kwam, besloten de Dorpsraden dat er testdagen moesten komen per dorp. In totaal zijn er 15 testkampen gehouden en werden er 3.121 personen getest. Hiervan bleken 65 personen positief. Dat is 2.1% van de testpersonen. Vervolgens werden de echtgenotes en jongste kinderen getest, waarvan het overgrote deel positief bleek te zijn.

 

Besmettingspercentage

Bij de berekening van het besmettingspercentage moet meegewogen worden dat een aantal groepen, soms een hele straat waarbij HIV-aids vermoed wordt, zich nog niet heeft laten testen.

Ook is een van de grootste risicogroepen niet getest want was weg: de 374 migrantenfamilies die 6-8 maanden per jaar weg zijn en terugkomen naar het dorp voor het visseizoen en festivals.

Tevens is gekeken naar het aantal mannen dat de afgelopen jaren is overleden.

Alle factoren in acht nemend in de berekening wordt het besmettingspercentage geschat op 5%.


NOODFONDS HIV-AIDS

HIV-aids staff

demonstratie gezond koken

ziek of niet ziek?

Eind 2007 zijn we een Noodfonds HIV-aids gestart omdat tijdens de pilot tal van kinderen en hun moeders de Indiase overheid niet in staat bleek om hulp te bieden aan besmette kinderen en hun ouders. Het beeld was: HIV-aids komt de gezinnen in via de vader, die vaak al is overleden. De moeder is besmet en vaak ook het jongste en het een na jongste kind.

Al deze gezinnen staan op de rand van bankroet: er zijn kosten gemaakt voor de ziekte van de vader en eten voor het gezin. Meestal heeft de moeder, zeker indien ze besmet is, geen werk meer.

De noodhulp wordt verleend via veldposten in Ranasthalam en Poosapati Rega.

 

Wie  krijgt er hulp

We kennen vier groepen die hulp krijgen:

a.         infected Child             besmet kind

b.         infected parent           besmette ouder (meestal moeder)

c.         affected Child             kind wiens ouder(s) besmet is

d.         affected parent           moeder wiens man besmet is en vaak al is overleden

 

In de 1e twee gevallen is er sprake van kinderen en ouders besmet met HIV-aids. Deze groepen hebben medische, economische en sociale hulp nodig.

In de laatste twee gevallen gaat het om kinderen en ouders niet besmet, maar waar binnen het gezin een ouder is overleden aan HIV-aids. Deze kinderen hebben geen toekomstperspectief, hun gezinnen zijn economisch ontwricht. Zij hebben economische en sociale hulp nodig.

                       

Het programma Indamming HIV-aids

 

Per 1 januari 2009 start het vijfjarige programma HIV-aids

Het doel is: het terugdringen van HIV-aids in 240 dorpen en het creëren van een toekomst voor de kinderen die besmet zijn of van wie een of beide ouders is besmet/overleden vanwege HIV-aids.