PILOT HIV-AIDS
Pilot
HIV-aids afgerond In
ons vorige jaarverslag vertelden we dat de vissersdorpen in zg. ‘high
risk area’ liggen; een reeks van factoren maakt dat er mogelijk
een hoog percentage HIV-aids is. Alvorens een beleid te ontwikkelen, wilden
we weten wat de situatie is in het gebied. De pilot hield het volgende
in: Huis-aan-huis
onderzoek De
staf van ARDAR bezocht 2800 hutten in de 15 dorpen en ging aan de hand
van een vragenlijst na of er mensen met verdachte symptomen waren. Zo
ja, dan werd er één persoon per gezin getest. Zou deze persoon
positief zijn, dan volgt de rest van het gezin. Awareness
meetings In
alle dorpen werden awareness meetings gehouden. Aan de orde kwam: wat
is HIV-aids, wat zijn de symptomen,
hoe wordt het overgebracht, hoe HIV-aids te voorkomen, acceptatie
en discriminatie. Testkampen Aanvankelijk
waren de dorpsbewoners aarzelend over testen. Maar toen de Youth groups
de ernst van de situatie inzagen en begrepen dat er hulp kwam, besloten
de Dorpsraden dat er testdagen moesten komen per dorp. In totaal zijn
er 15 testkampen gehouden en werden er 3.121 personen getest. Hiervan
bleken 65 personen positief. Dat is 2.1% van de testpersonen. Vervolgens
werden de echtgenotes en jongste kinderen getest, waarvan het overgrote
deel positief bleek te zijn. Besmettingspercentage Bij
de berekening van het besmettingspercentage moet meegewogen worden dat
een aantal groepen, soms een hele straat waarbij HIV-aids vermoed wordt,
zich nog niet heeft laten testen. Ook
is een van de grootste risicogroepen niet getest want was weg: de 374
migrantenfamilies die 6-8 maanden per jaar weg zijn en terugkomen naar
het dorp voor het visseizoen en festivals. Tevens
is gekeken naar het aantal mannen dat de afgelopen jaren is overleden. Alle
factoren in acht nemend in de berekening wordt het besmettingspercentage
geschat op 5%.
Eind
2007 zijn we een Noodfonds HIV-aids gestart omdat tijdens de pilot tal
van kinderen en hun moeders de Indiase overheid niet in staat bleek om
hulp te bieden aan besmette kinderen en hun ouders. Het beeld was: HIV-aids
komt de gezinnen in via de vader, die vaak al is overleden. De moeder
is besmet en vaak ook het jongste en het een na jongste kind. Al
deze gezinnen staan op de rand van bankroet: er zijn kosten gemaakt voor
de ziekte van de vader en eten voor het gezin. Meestal heeft de moeder,
zeker indien ze besmet is, geen werk meer. De
noodhulp wordt verleend via veldposten in Ranasthalam en Poosapati Rega. Wie
krijgt er hulp We
kennen vier groepen die hulp krijgen: a.
infected Child
besmet kind b.
infected parent besmette
ouder (meestal moeder) c.
affected Child
kind wiens ouder(s) besmet is d.
affected parent
moeder wiens man besmet is en vaak al is overleden In
de 1e twee gevallen is er sprake van kinderen en ouders besmet met HIV-aids.
Deze groepen hebben medische, economische en sociale hulp nodig. In
de laatste twee gevallen gaat het om kinderen en ouders niet besmet, maar
waar binnen het gezin een ouder is overleden aan HIV-aids. Deze kinderen
hebben geen toekomstperspectief, hun gezinnen zijn economisch ontwricht.
Zij hebben economische en sociale hulp nodig.
Het
programma Indamming HIV-aids Per
1 januari 2009 start het vijfjarige programma HIV-aids Het
doel is: het terugdringen van HIV-aids in 240 dorpen en het creëren
van een toekomst voor de kinderen die besmet zijn of van wie een of beide
ouders is besmet/overleden
vanwege HIV-aids. |